Waar zijn de indianen?

Waar je ook kijkt in Peru, nergens vind je een billboard, poster of televisiespotje met een Peruaans ogend model. Blonde, rondborstige dames zijn er te over, voornamelijk in het genre ‘carwash’. Op uithangborden poetsen ze gekleed in bikini de wegroestende  carrosserieën van de lokale middenstand glimmend. De politici, hun namen tijdens campagnetijd gekalkt op alle huizen, zijn zo goed als altijd mestiezen (van gemengd indiaans/Spaans bloed) of blanken. Dat geldt evengoed voor hoofdrolspelers van de populairste soaps en amusementsprogramma’s op tv. En dat betekent iets; televisie is hier nog de heilige graal.

Hoe anders is de realiteit.

 

Het Peru uit de folder

Sinds Colombia zien we in de bergen al de mensen met de roots van de oorspronkelijke bewoners van Latijns Amerika. Ze onderscheiden zich in uiterlijk van de mestiezen door hun stugge, zwarte haar, hun brede jukbeenderen en hun compacte lichaamsbouw. Veel van hen houden een eeuwenlange cultuur in stand met de ambachten die ze beoefenen en de taal die ze spreken – de meest bekende en meest gesproken indiaanse taal is het Quechua.

Fietsend door Peru zien we dag in, dag uit dames uitgedost in de wijdste rokken met de hoogste hoeden en langste vlechten. Het levert plaatjes op zoals op de voorkant van de Lonely Planet: traditioneel, landelijk en kleurrijk. En realistisch. Dit Peru is geen uitzondering, het is de regel. Indianen vormen met 45% de meerderheid van de bevolking van Peru. Daar komt nog eens bij dat een enorm deel van de overige 55% (10 van de 30 miljoen inwoners) in of rond Lima woont. De uitgestrekte berg- en jungleregio’s zijn het terrein van de Peruanen van indiaanse afkomst.

Traditioneel geklede inwoners van het Andesgebergte en hun vee bij Huaraz

Het zijn de meest idyllische gebieden van Peru maar het leven is er zwaar. De afgelopen tien jaar is Peru minder arm geworden maar de rijkdommen zijn niet terecht gekomen in de Andes of de Amazone. De helft van de bewoners daar leeft in armoede (boeren hebben een inkomen van 48 euro per familie per maand) tegen minder dan een vijfde in stedelijke gebieden (bron). We fietsen daar dagenlang door gehuchten waar weinig meer te verkrijgen is dan rotte bananen en voorverpakte koekjes. Oké, dat is nogal een ‘first world problem’ vergeleken bij het leed van de plaatselijke bevolking.

 

De hoek waar de klappen vallen

Eén van die problemen is de mijnerij. Er valt aardig wat te delven uit de Peruaanse bodem dus om economische groei te stimuleren zet de huidige regering in op meer mijnen. Geen gek idee maar het brengt wel wat moeilijkheden met zich mee. Het eerste is de grond waar de mijn moet verrijzen. Die is van indiaanse gemeenschappen en wordt door hen gebruikt om te boeren. De lokale bevolking verliest dus (landbouw)grond en is daarnaast niet gecharmeerd van de ecologische gevolgen van een mijnbedrijf. Ook de aan- en afvoerwegen vol denderende, vervuilende vrachtwagens die de opbrengst van de landbouw negatief beïnvloeden, roepen weerstand op. Het meest frustrerende is nog wel dat de mijnen in handen zijn van internationale investeerders en de nationale overheid zodat de winst op geen enkele manier ten goede komt aan de lokale bevolking. Het levert flinke confrontaties op zoals in Cotabambas waarbij in 2015 drie doden vielen.

Armoede, gebrek aan onderwijs, gepiepeld worden door internationale bedrijven… geen wonder dat de armste regio’s van Peru centrum waren van de maoïstische guerillabeweging ‘Sendero Luminoso’ – in prachtig Nederlands Lichtend Pad genaamd. In de jaren ‘80 sloten vooral jongeren uit de afgelegen regio’s zich aan bij deze terroristische organisatie die de dood van 30.000 mensen op het geweten heeft. De daders én slachtoffers zijn bijna allemaal van indiaanse afkomst. Een miniscuul museum in Ayacucho vertelt de pijnlijke geschiedenis van deze periode. Mij raakte het verhaal dat in 1985 regeringstroepen uit Lima honderden boeren vermoordden in de veronderstelling dat het terroristen waren. Ze spraken slechts Quechua en konden dus niet uitleggen aan de militairen dat ook zij streden tegen Lichtend Pad…

 

Indiaan als gimmick

Het lijkt erop dat de indianen door velen in Peru als gimmick worden gezien. De vergelijking van de panfluitindiaan uitgedost met verentooi in een Nederlands stadscentrum dringt zich aan me op. In Peru staan de Quechua in alle toeristenfolders en bevolken ze de ambachtsmarkten. Ze delen hun taal met de beroemde Inca’s en zijn het ‘unique selling point’ van Peru. En terecht.

Meer en minder traditionele gewoven stoffen

Maar als het aankomt op serieuze zaken zoals inspraak en welvaartsverdeling staan de indianen plots achteraan in de rij. Het moet gezegd dat het een hachelijke klus is recht te doen aan de conservatieve cultuur tradities van de ene helft van de bevolking terwijl de andere helft groei en verandering wil. President Kuczynski – sinds een jaar aan de macht – belooft de achtergestelde positie van de indiaanse Peruanen te veranderen. Dat hij zijn inauguratiespeech live liet vertalen in het Quechua is in elk geval een mooi gebaar.

Helaas is er nog een lange weg te gaan voor we een carwashposter zien met een kleurig gerokte dame die met haar lange vlechten de velgen van een afgetrapte minibus opboent…