Huismus | trekvogel

Gelukkig heb ik nooit last van heimwee. Dat zou bar onhandig zijn geweest op deze trip.

Wij zijn sinds negen maanden in de woorden van nichtje Robin (8 jaar) “een soort zwervers”. Daar heeft ze een punt. We hebben geen huis maar wel heel veel plastic tassen, we leven meestal buiten en planten ons tentje overal neer, vaak zonder toestemming en regelmatig stiekem en verborgen achter bosjes. We douchen lang niet elke dag, drinken wijn uit pak en mijn haar is doorgaans vettig en slecht gekapt.

Verdekt opgesteld achter de struiken in Bolivia.

Huisloos / thuisloos

Wat héérlijk is aan het huisloos zijn: ik heb in geen maanden etensresten van een fornuis gekrabd of achter de bank gestofzuigd – en toch leef ik niet in de troep. Niet poetsen! Daar had ik vooraf niet bij stilgestaan maar het is toch een flinke perk.

Bovendien: thuisloos zijn we niet. Want voor een thuisgevoel heb ik niet veel nodig. Vers gezette koffie met het onhandige reisfilter, een fijn kampeerbedje, een zelf gekookte maaltijd in een hostel, samen in een campingstoel voor de tent, met nieuwe vrienden een fles wijn delen… Het kan allemaal door voor ‘thuis’; een plek waar je kunt ontspannen en jezelf kunt zijn.

 

Slakkenhuis

Dat we ons huis in de vorm van een tent met toebehoren bij ons hebben, helpt enorm in het vinden van momenten en plekken voor ontspanning. Hoe bescheiden ook, de tent is onze ruimte en niet die van iemand anders zoals in hotels of jeugdherbergen wel het geval is. In en rond de tent gelden ónze regels en gewoontes en de niet werkende rits is ónze niet werkende rits.

Veel reizigers kijken ons meewarig aan als ze zich realiseren dat we veel nachten in onze tent doorbrengen. Ik op mijn beurt moet er niet aan denken lang op reis te zijn en voortdurend in andermans ruimte te bivakkeren. Je betaalt een prijs – en niet alleen letterlijk – voor een goed matras en een warme douche.

Soms hebben we de mooiste plekken voor onszelf.

Cocoonen

Soms is het gewoon niet anders en verblijf je ergens waar je liever niet zou zijn geweest. Reizende per fiets is dat onvermijdelijk. Het weer, de wegen, een berg, de vallende duisternis, fysieke vermoeidheid: het zijn allemaal redenen om ergens te stranden. Het liefst zou je dan een deur dichtslaan en op je eigen bank met een kop thee onder een dekentje willen kruipen… Je afsluiten, cocoonen, thuis zijn. Op die momenten komt het arsenaal aan gadgets (e-readers, smartphones, laptops) tevoorschijn. Netflix aan, het meereizende wollen dekentje erbij en ik zie de vochtplekken op de muur niet meer.

Het voelt als valsspelen. Het hele punt van reizen is natuurlijk dat je je openstelt voor andere ervaringen, culturen, mensen.

Stoeltje, koekje, boekje. Wij zijn ‘thuis’!

Een paar weken geleden in Bolivia sliepen we liever binnen op de vloer van een restaurant dan buiten in de vrieskou van een sprookjesachtig landschap. De vriendelijke eigenaar schoof wat tafels aan de kant en verzocht ons voor 6 uur in de ochtend het etablissement vrij te maken voor ontbijtende tourgroepen. Wij klapten onze matjes uit en de laptop open voor een avondje bingen.

Genieten, dat valsspelen.

 

La Sebastiana

Er zijn mensen die van huizen thuizen maken alsof het alles is wat ze doen. Ik bezocht één van de buitenverblijven van de Chileense poëet Paolo Neruda in Valparaíso. Zijn huis is er één om heimwee naar te krijgen. Hij schreef:

Hier is het brood, de wijn, de tafel, het huis:                         Aquí está el pan, el vino, la mesa, la morada:

De behoefte van de man, de vrouw en het leven.                  el menester del hombre, la mujer y la vida. 

 

Gehaakte sprei, kleurrijke huizen en de baai van Valparaíso gezien vanuit Neruda’s slaapkamer

Woorden van een man die gehecht is aan de plek waar hij woont. En ik snap waarom. Neruda liet het huis zo bouwen dat elke kamer panoramische uitzichten heeft over de baai van de kleurrijke havenstad Valparaíso. In de gangen hangen schilderijen met maritieme thema’s en er zijn scheepsramen verwerkt in de buitenmuur die de band met de nabije zee benadrukken. Elke kamer heeft eigenaardige hoeken en vreemde snuisterijen, zoals een levensgroot bronzen paard in de woonkamer en een zwevende, opgezette flamingo boven de eettafel. Een heuse inpandige bar en een centraal geplaatste open haard maken het tot een plek die ook ik moeilijk zou kunnen verlaten.

 

Ik krijg haast zin een stofzuiger te pakken.