Hey big spenders

Een jaar reizen kost geld, een jaar niet werken ook. Maar hoeveel? Sommigen zien de kosten van misgelopen salaris en niet opgebouwd pensioen als deel van de prijs van een lange reis. Ik ben gelukkig geen boekhouder en besloot bij het maken van de kostenschatting over te gaan op standje ‘ik ben loyaal met al mijn ZZP-vrienden zonder oudedagsvoorziening’ – eerder genoemde posten hebben de berekening dan ook niet gehaald. Met het opzeggen van mijn huur en het stopzetten van abonnementen van krant en sportschool blijven de uitgaven in Nederland steken op nihil. Die besloot ik daarom ook buiten de balans te houden.

De vraag begon overzichtelijk te worden: hoeveel geld had ik nodig voor de reis zelf?

Budget berekenen

Met de eerdere fietservaring van Jan Willem en een flink natte vinger hebben we het dagbudget op 40 euro voor ons samen gezet. Daarvan moeten overnachtingen, eten, vervoer en entreegelden betaald worden. Voor mij komt dat per maand neer op ongeveer 600 euro en een jaar fietsend reizen (de andere plannen waren te vaag om een prijskaartje aan te hangen…) zou op €7.200 uitkomen. Dat is exclusief de aankoop van fiets met alle toeters en bellen, vliegtickets, (reis)verzekering en onvoorziene kosten. Met al die posten erbij heb ik het geheel naar boven afgerond op €10.000. Toen telde ik er nog €3000 bij op om eenmaal terug niet bij het Leger des Heils te hoeven aankloppen.

Het sparen viel me mee; een jaartje op shopdieet, zelden buiten de deur eten en drinken en een pijnlijk aan mijn neus voorbij laten gaan van Lowlands verder, was ik er wel zo’n beetje.

Tot zover de theorie. Nu de praktijk.

Administratie onderweg

Ik houd onze uitgaven sinds vertrek nauwgezet bij op mijn telefoon.

Screenshot van budget verblijf in Colombia

Een stukje financiële administratie van april in de app Fudget

Eerst vooral uit angst voor enorme tekorten, inmiddels omdat ik er lol in heb – echt! De eerste maand was het krapjes; we verbleven een week in Bogotá en een week in Medellín. Dat was  ‘duur’ door bezoek aan musea en onweerstaanbare restaurants en door de hoge verblijfkosten. Het kamperen tussendoor – soms met, soms zonder camping – bracht de balans weer in evenwicht en dat gold evengoed voor zelf koken. Hierbij ter illustratie de kostprijs in euro’s van ons standaard ontbijt voor twee van havermout en een goede (!) bak koffie:

250 gram havermout 0,40
2 bananen 0,20
Wat kaneel / chocopoeder 0,10
Een handje rozijnen 0,45
50 gram koffie 0,60
Totaal: €1,75

Maand 2 en maand 3 kwamen met een gemiddelde van €31 en €35 per dag voor twee personen lager uit dan beraamd. En dat terwijl we momenteel in een ‘duur’ land zijn: Ecuador.

 

Jantien in overleg met de taxichauffeur over de prijs van de rit

Afdingen op een taxiritje

 

Van sucre naar dollar

Ecuador is een ‘gedollariseerde’ economie. Dat wil zeggen dat het land in plaats van de eigen valuta de Amerikaanse dollar volledig heeft overgenomen als betaalmiddel. Het lijkt erop dat deze valuta een belangrijke oorzaak is van het (relatief) hoge prijspeil in Ecuador. Tijdens een zware economische crisis in 2000 viel het doek voor de oude munt ‘sucre’ en kwam de dollar daarvoor in de plaats. Het idee hierachter: de inflatie een halt toeroepen, de handel met de VS intensiveren en het land interessant maken voor buitenlandse investeerders.

De prijs die je voor zo’n switch moet betalen als land is hoog. De Ecuadoriaanse overheid kan niet – zoals andere landen – via de centrale bank monetair beleid beïnvloeden. Uiteraard kan men wel de belastingen en de overheidsuitgaven verhogen. Beide ingrepen zijn noodzakelijk om het leven voor de gemiddelde Ecuadoriaan een beetje betaalbaar te houden. Vandaar dat de subsidies op openbaar vervoer, brandstof, internet en gezondheidszorg torenhoog zijn.

Dollar = duur?

Op dit moment beleeft Ecuador wederom een financiële crisis: het wereldwijd kelderen van de olieprijzen betekent dat een belangrijk deel van de inkomsten (52% van de export, bron) enorm is teruggelopen. De export van andere producten dan olie was sinds de start van de dollarization al verminderd omdat het land moeilijk kan concurreren met vergelijkbare koopwaar uit Colombia en Peru. De dollar is ironisch genoeg ‘te sterk’ voor Ecuador.

Dat merken we. Hotels zijn flink duurder dan in Colombia, op toeristische plekken betaal je Starbucksprijzen voor een kop koffie en in de supermarkt moet je kijken wat je in je mandje legt. ‘Gewone’ levensmiddelen zoals melk, muesli, jam en spaghetti zijn even duur als in Nederland, yoghurt en kaas zijn flink duurder. En dat terwijl het gemiddelde inkomen van de Ecuadoriaan onder de $400 ligt, terwijl dat van Nederlanders tegen de $3000 schurkt  (bron).

De impact van de dollarization op ons budget is zo goed als verwaarloosbaar. We drukken de kosten door wat vaker te kamperen (tot onze grote vreugde is dat makkelijk in Ecuador!), inkopen te doen op de markt en door – helaas – de peperdure Galapagoseilanden over te slaan.

Voor Ecuadorianen ligt dat wat anders… ik prijs me maar weer eens gelukkig dat een klein pensioengaatje mijn grootste financiële zorg is.