Hacienda ‘taboe’ Nápoles

Het is nog nét geen selfie voor de poort van Auschwitz, maar het voelde wel zo. Zweterig zwoegend door de vallei van de Magdalenarivier wisten we dat we Hacienda Nápoles – het voormalige pretpark van Pablo Escobar – tegen zouden komen. Ik had er over gelezen. Niet in een reisgids maar in de roman Het geluid van vallende dingen van de Colombiaanse auteur Vasquez (bedankt nogmaals Katie!). Het is een bizarre plaats waar de verwrongen recente geschiedenis van Colombia – en de omgang ermee – zichtbaar wordt.

Hacienda Nápoles ooit

De personages van Vasquez bezochten Hacienda Nápoles als kind. Dat ging stiekem omdat hun ouders het bezoeken van een pretpark van de grootste crimineel van Colombia stuitend vonden. Als volwassenen gaan ze terug want het park houdt haar mysterieuze aantrekkingskracht. Het is inmiddels ruim na de dood van Escobar in ‘93 en na lang wikken en wegen (want wat doe je met zo’n erfenis?) heeft de overheid het park – weliswaar in deplorabele staat – heropend:

“Waar waren de dieren die we als kind gezien hadden? Ik zie niet in waarom die teleurstelling ons had moeten verbazen, het verval van Hacienda Nápoles was immers algemeen bekend, en in de jaren die verstreken waren sinds de dood van Escobar, hadden er in de media diverse getuigenissen over gecirculeerd, als een soort film in slow motion over de opkomst en ondergang van het maffia-imperium.” (Vasquez, 2012).

Hacienda Nápoles nu

Anno 2017 is een groot deel van het terrein nog steeds in gebruik als pretpark. De giraffen en het privévliegveld zijn verdwenen; daarvoor in de plaats wordt een gevangenis (!) gebouwd. De levensgrote dinosaurussen en de treurige restanten van het huis van Escobar zijn nog steeds te bezoeken maar… We zijn niet naar binnen gegaan. Het toekans spotten, avocado’s uit de boom slaan en vuurtjes stoken op de nabijgelegen junglecamping kreeg voorrang. Sorry Pablo. Het bleef voor ons bij een foto voor de poort met het roemruchte vliegtuigje erop waarmee de eerste kilo’s coke in 1975 naar de VS werden gevlogen.

Een schraal lachje voor de poort van Pablo Escobars pretpark

We waren verbaasd dat de poort zo open en bloot, bijna triomfantelijk als een monument, aan de weg stond. En wij waren niet de enigen. Rondhangend bij de poort raakten we aan de praat met een Colombiaan die in de jaren ‘80 als politieagent te maken had met het Medellínkartel. Hij had van dichtbij – net als veel andere Colombianen overigens – de ellende en het geweld gevoed door Escobar meegemaakt. Datzelfde geweld heeft hem en zijn vrouw verleid Colombia als woonplaats definitief te verruilen voor Canada. Het deed hem pijn, zei hij, te zien dat Escobar nu een heldenstatus lijkt te krijgen, vooral onder jongeren die de ellende van de jaren ‘90 niet bewust hebben beleefd. De poort was daarom voor hem een misplaatst bedevaartsoord.

Tijdens dit gesprek stopte en een busje Aziaten om – net als wij een kwartier eerder – de poort en henzelf te vereeuwigen met een selfie.