#durftevragen

Met onze volgepakte fietsen en kenmerkende odeur zijn we op veel plekken in Zuid-Amerika een attractie. Men vraagt ons de oren van het lijf zodra we stoppen voor een boodschap of ons tegoed te doen aan taart. Goed voor ons Spaans – ik spreek het inmiddels op een beperkt aantal thema’s vloeiend – en er zijn meer voordelen. Een klein gesprek geeft een inkijkje in het leven van de mensen hier en leidt regelmatig tot een uitnodiging voor een kop koffie, eten of een slaapplek. Daar zeggen we zelden ‘nee’ tegen.

Het vermoeit me nooit de vragen te beantwoorden ook al zijn ze nog zo vaak gesteld. Interesse in de medemens evenals een portie gezonde nieuwsgierigheid vind ik fijne eigenschappen. Maar aan het begin van de reis voelde ik me overvallen door alle vragen en betwijfelde ik de motieven van mijn gesprekspartners. Ik vond de vragen vreemd, brutaal of zinloos. Maar alles went.

Na acht maanden is het tijd om de balans op te maken van de meest gestelde vragen, de antwoorden – en de vragen die deze vragen oproepen.

Tijdens de lunchpauze stoppen in de buurt van een school is vragen om gezelligheid

#1 Waar komen jullie vandaan en/of waar gaan jullie naartoe?

Het mag als geen verrassing komen dat deze vraag met stip op 1 staat. Prima informatie om in te winnen van een reiziger. Toch kan ik er ontzettend van in verwarring raken. Neem “waar komen jullie vandaan?”. Die vraag heeft drie logische antwoordmogelijkheden:

  • Uit Nederland
  • Van Bogotá, Colombia
  • Van ….. (de plek vanwaar we die ochtend zijn gaan fietsen).

Uit ruime ervaring weet ik inmiddels dat men meestal doelt op het laatste antwoord. Bijzonder, toch? Mij lijkt het Grotere Verhaal van onze reis meer van belang maar de route op microniveau wint het. Ik vermoed omdat dat het meest voorstelbare en tastbare is, dat de andere opties een ver-van-mijn-bed-show zijn.

Een jongen in Peru wilde graag weten waar we naartoe gingen maar ook wanneer we weer terug zouden komen. Ik legde hem uit dat we van noord naar zuid rijden en dus niet weer in zijn dorp zouden komen. Hij was ontzettend teleurgesteld: hij hoopte dat we hem verslag zouden komen uitbrengen van een plek 50 kilometer verderop waar hij zijn hele leven nog niet geweest was.

Een uur rijden kan hier al een andere wereld zijn.

 

#2 Wat is die fiets waard?

“Kwanta kosta?” ligt niet alleen bestorven op de lippen van de Costa del Sol-toerist. De waarde van onze spullen en dan met name onze fietsen is een dankbaar gespreksonderwerp. Waar het in Nederland niet bon ton is deze vraag te stellen, is het hier klaarblijkelijk doodnormaal.

Ik voel me altijd ongemakkelijk als deze vraag voorbij komt. Mij is geleerd niet met je waardevolle spullen te koop te lopen omdat het a) niet heurt en b) niet verstandig met het oog op boevenvolk. Daar komt in deze context van een jaar lang reizen door veelal arme gebieden nog eens bij dat ik me zeer bewust ben van mijn luxepositie. Voor de plaatselijke bevolking is het niet te bevatten dat het mógelijk is, een jaar vakantie. Ik probeer het nog wel eens uit te leggen: ik heb geen huis, ik heb geen kinderen en straks heb ik ook geen geld meer. Maar ja. Het blijft een onwaarschijnlijk verhaal.

Poserende fans van de bijzondere fiets van Jan Willem

Om alle bovengenoemde redenen hebben we besloten de waarde van onze fietsen wat omlaag te schroeven. Voor mijn fiets zijn we een aanvaardbaar bedrag overeen gekomen van een derde van de echte waarde (zo’n 300 dollar), voor de high-tech fiets van Jan-Willem leek een tiende passender. Dat is nog steeds een slordige 500 dollar, aan de reacties af te lezen een astronomisch bedrag.

Slechts één keer troffen we een restauranthouder in Ecuador die ons leugentje om bestwil doorzag: “Dat meen je. Dan mag je er voor mij ook wel één bestellen!”.

 

#3 Hoe lang is hij?

Een licht afwijkend uiterlijk is een heerlijke conversation starter. In Nederland krijg ik met grote regelmaat de vraag of ik Indische roots heb… helaas: er is niets exotisch aan mij. Hier ben ik met mijn donkere haar en ogen niet degene die meteen de aandacht trekt; ik kan nog wel door voor een latina – al zouden die zich nooit op Teva’s vertonen. Bij Jan Willem met zijn twee meter lengte ligt dat anders. Als hij voorbij loopt, smoezen mensen hoe lang hij is, meisjes giechelen bij zijn aanblik en meerdere kinderen riepen uit: ‘Ohhh… Un gigante!’.

Wanneer de eerste verbazing voorbij is, vragen de meeste mensen hoe lang Jan Willem is. Dat vragen ze niet aan hem. Ze vragen het aan mij. Misschien zijn ze bang dat hij het niet hoort daarboven, misschien denken ze dat naast zijn ledematen ook zijn hersenen afwijkend zijn.

 

#4 Zijn jullie een stel – en hebben jullie kinderen?

Wat is dat voor open deur?! Dit is de vraag die bij mij het meest verbazing en lichte irritatie heeft gewekt. Zien we er soms uit als broer en zus (zie vraag #3 voor het antwoord)? Is een fietsreis zo onromantisch dat het niet voor te stellen is dat we een stel zijn? Wat zouden we dan van elkaar moeten zijn? En denk je dat ik die baby in een fietstas heb gepropt?

Mijn voorlopige verklaring voor deze vraag: het is een opzettelijke open deur. De deur wordt voor ons op een kier gezet om iets over onszelf te vertellen. Een mooi verhaal over onze huwelijksreis, een openbaring over onze onvervulde kinderwens (want 30+ en zonder kinderen is hier hoogst verdacht) of een grapje dat we onze relatie aan het testen zijn.

Best een geinige vraag, eigenlijk.

Samen op de selfie met de nieuwsgierige DJ uit Bogotá

Ask away

Het was even wennen, maar inmiddels ben ik blij met de nieuwsgierigheid die we tegenkomen. Het is meer dan pure beleefdheid. In Colombia raakten we in gesprek met een DJ uit Bogotá die benieuwd was waar we woonden. Niet dat hij Nederland kende, maar hij googelde Utrecht en bewonderde foto’s van de grachten. Dat is écht, niet gemaakt, en het maakt dat je je ergens welkom voelt.

Dus… #durftevragen.