¡Bienvenido señor turista!

‘Bienvenido señor turista’ prijkt op de bamboe wand van een – voor Ecuadoriaanse begrippen – gezellig aangekleed etablissement. Het is oprecht hartelijk bedoeld, er zit geen greintje ironie in deze veelgebruikte aanspreektitel. Een toerist, dat is zo iemand die het er even lekker van neemt, die de boel de boel laat en de bloemetjes buiten zet.

Bizar genoeg voel ik me (even los van de gendertypering) niet aangesproken terwijl alles – nationaliteit, regenjack, gebrekkig Spaans, twee meter lange metgezel – erop wijst dat ik wel degelijk een toerist ben.

Blijkbaar wil ik geen toerist zijn. Waarom eigenlijk niet?

Ik een toerist…?

Een deel van het antwoord op die vraag is makkelijk: het negatieve stereotype van de toerist dat leeft in mijn hoofd, hieronder verbeeld door Duane Hanson.

Levensgrote en levensechte toeristen van was door Duane Hanson (1988)

Liever word ik niet geassocieerd met dat deel van de reizigers dat zich lomp, intercultureel ongevoelig en in resorts verblijvend een weg baant door Latijns Amerika. Net als andere Europeanen vermijd ik de plekken die in de gidsen worden aangewezen als ‘toeristisch’: wij willen weg van het gebaande pad, authentiek, ervaringen opdoen als een local.

Maar het gevoel zit dieper dan niet aangezien willen worden voor gringo.

Als toerist sta je altijd aan de ontvangende zijde: je geniet andermans gastvrijheid en cultuur, je ondergaat ervaringen. Het niet hebben van (vrijwilligers)werk, een huishouden of desnoods vrienden en familie om ergens mee te helpen confronteert me daarmee. Na een dag kapot gaan op de fiets – wat welbeschouwd óók volstrekt geen nut dient – maakt mijn calvinistische inborst zich iets minder druk. Maar op sommige dagen…

Reizen is een geweldige invulling van dagen, weken of zelfs maanden, maar niet van mijn leven.

Digital nomad versus digital nono

Jan Willem komt van dit identiteitsvraagstuk makkelijk af: hij is digital nomad volgens het boekje. Met z’n laptopje onder de arm werkt hij evengoed op een dakterras met een uitzicht van besneeuwde bergtoppen als op kantoor aan de Nieuwegracht. Niet dat het vinden van de balans tussen werken en reizen eenvoudig is, maar het doen van werk geeft wel tegenwicht zodat hij zich niet altijd aan de ontvangende kant van het spectrum begeeft. Vooralsnog kan ik me slechts achter mijn laptop verschuilen onder het mom van routes uitstippelen en blogjes schrijven.

Ondertussen vertel ik mezelf dat ik me heus nuttig maak: ik leer wat Spaans, verdiep me in de landen waar we komen en oefen onderweg mijn geduld (met dank aan JW ;)). Ik lees de berg boeken waar ik nooit aan toekwam. Ik peins. Ik verveel me af en toe stierlijk.

Het is nemen en geven

Je geniet toch meer in een zone die daarvoor bestemd is…

Het werkt ontnuchterend als ik mezelf bekijk door de bril van de mensen die ons voorbij zien ploeteren – danwel zoeven – op de fiets.

Een Colombiaan beschouwt toeristen als luxedieren én als het bewijs dat de donkerste jaren van zijn land achter hem liggen. Binnenkort zal zijn geboortegrond dankzij alle positieve ervaringen van buitenlanders niet meer aangemerkt worden als centrum van drugshandel. Lieve mensen die ons eten, onderdak of een lift gaven drukten ons op het hart thuis verslag te doen van al het goed dat Colombia te bieden heeft. Señor turista geeft Colombianen hun trots terug.

In Ecuador gaat de toerist al heel wat decennia mee in het straatbeeld. De Ecuadoriaan is niet zozeer vereerd met mijn komst maar ziet me als een even noodzakelijk als welkom  onderdeel van de toch al niet florissante economie van zijn land. Het toerisme is momenteel een zekerder inkomstenbron dan olie en meer mensen profiteren er direct van.

Naast nemen kan señor(a) turista dus ook geven.

Hoewel niet zo bevredigend en tastbaar als een bedankje van een vriend of een salarisstrookje: ik gesp mijn heuptas vast en doe het voorlopig met deze geruststellende gedachte.